vrijdag 28 april 2017

Achterbankgesprekken: moeder waarom leven wij?


We zijn op weg naar de crèche, het verkeer is druk, in mijn hoofd heerst chaos (ditjes en datjes voor het werk, het huishouden en ongelezen berichten in allerlei inboxen).
Ik sta te wachten om in te draaien, let goed op voor de fietsen, en hoor zijn kleine stemmetje plots vragen: “Maar mama, waarom leven wij eigenlijk?”. Samber is de achterbankfilosoof van dienst.

Achterbankgesprekken: moeder waarom leven wij?

Ik draai in, schuif aan in het verkeer en probeer mijn gedachten te ordenen. “Er zijn zo van die speciale vragen waar geen goed of fout antwoord voor bestaat. Dat zijn vragen waar je zelf een antwoord op mag bedenken.” Ik probeer wat tijd te kopen.

Samber antwoordt vrijwel meteen: “Ik denk dat wij leven omdat ons hart zo’n speciaal ding is. Ons hart doet ons leven en voelen.”

Achterbankgesprekken: moeder waarom leven wij?


“Ja maar ik denk toch dat de eerste mensen, toen ze uit de grond kwamen gekropen, toevallig een hart op de grond zagen liggen en dat in hun botten staken en zo levend werden.” Kobijn neemt het bedenken van een antwoord nogal letterlijk.

“Ik denk dat we leven voor elkaar,” zeg ik. “Om goed voor elkaar te zorgen en op je eigen manier het leven van iemand anders leuker te maken. Want stel je voor dat je maar alleen bent op de wereld, dan zou je hartje toch maar eenzaam zijn.”

“Mama, als je alleen bent op de wereld dan kan je wel niet geboren zijn hé.”

We stappen uit en halen Abel op. Lachend vraag ik: “En Abel, waarom denk jij dat wij leven?”
“Wacht,” zegt Samber. “Gelukkig kan ik gedachten lezen, want Abeltje kan dat nog niet uitleggen.”


Achterbankgesprekken: moeder waarom leven wij?

“Abel denkt dat wij leven om zotjes te doen. En ik heb honger.”
“Ik moet kaka doen.”
“Pipi.”


Ik denk aan de behoeftepiramide van Maslow. Schakel van het topje naar de basislaag terwijl ik de auto voor ons huis parkeer en glimlach terwijl ik de deur open. Er zal nog geknuffeld worden straks.