donderdag 6 oktober 2016

Ver-draag-zaam zijn...

"Your child will follow your example, not your advice."

Vanmorgen vroeg ik op Facebook en Instagram naar een definitie van verdraagzaamheid. Een woord dat voor mij niet eenduidig te omschrijven valt, al zeker niet aan een vierjarige.
Een woord dat wel bijna dagelijks gebruikt wordt.
Een woord dat voor mij (en anderen, uit de reacties af te leiden) etymologisch gezien, de lading niet dekt.
"Ik verdraag jou."
Dat zegt niet wat ik bedoel.

Elkaar verdragen, respect voor wie je bent, respect voor de mening en opvatting van iemand anders. 
Namasté.
Jullie zijn allemaal zó lief!

Dat was ook wat ik als antwoord gaf aan Kobijn: "Iedereen is anders, en dat niet erg vinden en daar niet boos over worden, dat is verdraagzaamheid."

Ik vond mezelf, voordat ik mijn antwoord formuleerde, een behoorlijk verdraagzaam persoon. Ik vind verschillen altijd intrigerend, uitdagend en leerrijk.

Maar eerlijk? Ik word soms wél boos over hoe iemand anders denkt. Ik ben soms zelf niet zo verdraagzaam.

Ik word soms kwaad als materialisten klagen over te weinig spullen, nijdig als rijken hun geld beleggen in belastingparadijzen en niet bijdragen aan de noden van de maatschappij.
Ik kan woedend worden van woorden als 'marginaal', 'vreemde', 'profiteur'.
Ik wind mij mateloos op als ik naar het nieuws durf te kijken, kan de gekleurde berichtgeving niet verdragen.

Hoe verdraagzaam ben je ten opzichte van onverdraagzaamheid?
Hoe tolerant ben je ten aanzien van intolerantie?

Ligt die grens bij jezelf? Bij wat maatschappelijk aanvaard wordt? Dat we allen samen niet verdraagzaam zijn tegenover een pedofiel, dat is duidelijk. Maar hoe zit dat met mensen die racistische uitspraken doen? Met mensen die mijn basiswaarden en -normen niet naleven? Hoeveel tolerantie leg ik daar aan de dag?

En kan ik aan mijn kind zeggen dat hij ook de kanten die hij verafschuwt in een ander moet tolereren? Moet verdragen?

Vooral als ik dat zelf niet doe. 

Als ik het over verdraagzaamheid heb, dan bedoel ik het vermogen om jezelf in vraag te stellen. We moeten niet altijd gelijk hebben. We kunnen niet altijd gelijk hebben. We moeten altijd blijven leren van elkaar.

Maar sommige zaken wil ik niet in vraag stellen. Er is een basisethiek in mij aanwezig die zegt dat we elkaar graag moeten zien.
Dat wil en zal ik nooit betwijfelen.
Ben ik dan intolerant? Of net verdraagzaam, omdat ik die ander zijn mening er gewoon laat zijn. Omdat die persoon ook zijn basisethiek heeft die hij niet in vraag wil stellen.

En ben ik dan stiekem toch een beetje op kruistocht? De drang om mensen van liefde te overtuigen, maakt dat van mij een verdraagzaam, of net een onverdraagzaam persoon?

(En ja, het is soms vermoeiend in mijn hoofd. Maar ik kan zo dankbaar zijn voor de onschuldige vragen van mijn kinderen, dankbaar dat die mijn denken vertroebelen en heel soms verhelderen.)